This is an old revision of the document!
Table of Contents
1900 - 2000 : Versterking van bas instrumenten over de jaren
Door de geschiedenis van de muziek heen heeft men veel gebruik gemaakt van bas instrumenten om ensembles en bands een volle sound te geven en in de lage registers aan te vullen. Het probleem van bas instrumenten is echter dat de lage frequenties snel zacht gaan klinken, iets waar men altijd oplossingen voor heeft moeten vinden. Dit zijn problemen waar bassisten tot de dag van vandaag nog regelmatig te maken mee hebben.
Geschiedenis
Akoestische versterking (1835 - 1925)
Om het verhaal van de basversterking te volgen moeten we eerst beginnen bij een van de eerste populaire bas instrumenten, de tuba. Alhoewel de contrabas al een lange tijd gebruikt werd in orkesten is de uitvinding van de tuba en andere bas blaasinstrumenten een aanwijzing van instrumentenmakers die het basregister meer volume wilden geven. Waar het eerst nodig was om het orkest zachter te laten spelen voor een bas solo was dit nu niet meer nodig. In 1835 werd de eerste tuba uitgevonden. Toen het rond 1850 rap gebruikt werd in Duitse fanfarebands en orkesten volgden bands uit andere landen zoals Engeland en Frankrijk langzaam ook deze ontwikkeling. Later werd de tuba gegroepeerd met andere lage blaasinstrumenten zoals de euphonium, bombardon, sousafoon en de helicon; gezamenlijk werden deze de koper bas genoemd. Aan het begin van de 20e eeuw werd de tuba veel bij vroege New Orleans jazz bands gebruikt, rond 1920 kreeg de contrabas echter snel voorkeur over de tuba. Met de contrabas kon men een percussievere partij spelen en waren ‘walking-bass’ partijen (partij waarbij de bas continu op elke tel een noot speelt) mogelijk zonder dat er adempauzes nodig waren. De contrabassisten zaten alsnog met het probleem dat ze vaak nauwelijks te horen waren. Om toch meer geluid te produceren werd er al snel een slap speelstijl aangenomen waarbij de snaren zo heftig worden geplukt dat ze terugspringen tegen hals, hierdoor kwam er nog een hoge percussieve tik bij en had de bas toon meer volume. Er is één plaats waar deze transitie nog niet zo erg voorkwam, en dat is bij oude akoestische opnames die via één hoorn direct naar de naald geleid werden die dit kerfde in een zachte wax plaat. Het probleem van deze opnames was dat ze een klein frequentie bereik hadden, slechts 250 Hz tot 2500 Hz, waar de laagste noot van een bas rond de 41 Hz zit. Ook had je meer volume nodig om het geluid tot zijn recht te laten komen. Al deze redenen leiden dat hier de tuba de voorkeur had, deze kan namelijk een groter volume produceren en het heeft meer hoge toon in zijn klank dan de contrabas. External Link
Subkopje 2
Nog kleiner
Auteurs
- Wouter M. Besse